Kerk van deKatholieke gemeenschap |
![]() |
Heilige Geestvan de Byzantijnse Ritus |
| Bijgewerkt | HISTORIE | 19 augustus 2010 |
1965 - 2005Beknopte geschiedenis van de katholieke gemeenschap van de Byzantijnse ritus in Maastricht. Door Sascha Teunissen. Deel 1 Voor het ontstaan van de Kerk van de Heilige Geest moeten wij in feite terug naar 1924. In dat jaar heeft Paus Pius XI diverse kloosterordes benaderd met het verzoek priesters en monniken op te leiden voor een taak in Rusland omdat hij bezorgd was voor de gevolgen van de Russische revolutie, die het voortbestaan van iedere vorm van religiositeit probeerde te onderdrukken. Hij dacht dat het atheïstische systeem na verloop van enkele jaren wel weer zou verdwijnen. Van het idee, om in het Oosters Christendom opgeleide priesters en monniken naar Rusland te sturen, is niet veel terecht gekomen. Na de tweede wereldoorlog werd het accent gelegd op de verbreiding van de kennis over de Oosterse Kerk in het Westen en de opvang van en zielzorg voor de duizenden mensen van Russische en Oekraïense afkomst, die van huis en haard verdreven waren. Het waren veelal jonge vrouwen die, bevrijd uit de Duitse werkkampen, bang waren om naar hun land terug te keren, en die in Nederland terecht gekomen waren. In Nederland werd o.a. aan de orde van de Paters Kapucijnen gevraagd de pastorale zorg voor de Russische en Oekraïense vluchtelingen en de verzorging van de Slavisch Byzantijnse kerkdiensten op zich te nemen. Hiertoe werd het klooster Pokrof in Voorburg gesticht. Vanuit dit centrum zijn in de loop der jaren een aantal gemeenschappen ontstaan, elk met een eigen koor. Tot 1965 celebreerde pater Micheas, overste van Pokrof, met enige regelmaat in Heerlen, Meezenbroek. Na een liturgieviering, medio 1965, in de kapel van het zusterklooster aan de St. Maartenspoort (nu: Kumulus, centrum voor de Kunsten) kwamen wij in contact met enkele mensen uit Maastricht, die behoorden tot een groep die de behoefte had om samen zingend te bidden. Zij vormden op gegeven Nederlandse teksten melodieën naar het voorbeeld van de Slavisch-Byzantijnse kerkmuziek. Zo ontstonden de eerste gezongen gebeden. Deze werden voor het eerst in 1965 gezongen, bij de doop van een van de kinderen. Hieruit is een geheel Nederlandstalig gezongen eucharistieviering ontstaan. Uit het gesprek dat wij na deze liturgieviering hadden, bleek er interesse te bestaan in het zingen en vieren van de Slavisch-Byzantijnse liturgie. Zodoende werd in oktober 1965 onder mijn leiding gestart met het instuderen van de gezangen. Het Maastrichts Slavisch Koor was geboren.
Op 23 oktober 1966 vierden wij de eerste Liturgie in de Cellebroederskapel, alwaar wij ons eerste onderkomen hadden gevonden.
Voor ons werd het nachtwerk om alles tijdig in orde te hebben voor de liturgieviering van zondagmorgen. Maar we kregen het voor elkaar. Wij hadden daar een iconostase gemaakt, die bestond uit een houten raamwerk, waarop gordijnen werden gehangen. Daarop kwamen dan weer de iconen. Elke keer, voor de liturgie, moesten wij deze iconostase opbouwen en na de liturgie weer afbreken. Alles moest twee trappen omhoog om op een zolder opgeslagen te worden.
Het was telkens een hele klus. Vandaar dat de zoektocht naar een permanente ruimte doorging. In 1972 kwam ik in contact met Prof. Dr. G. van der Plaats van het medisch centrum AMI aan de Kesselskade / Mariastraat. Tot het complex behoorde een kapel die een enkele keer per jaar gebruikt werd door de St. Vincentiusvereniging. Na wat onderhandelen, mochten wij gebruik maken van deze kapel en konden wij zelfs de iconostase laten staan. Er was echter veel te doen voordat wij een liturgie konden vieren. Er was bijvoorbeeld geen behoorlijke ingang meer. Die moest dus gemaakt worden. Door daklekkages was het zo vochtig dat de paddestoelen aan de gewelven groeiden.
Het schilderwerk was door het vocht eveneens ernstig aangetast. In november 1972 begonnen wij met de werkzaamheden. Als eerste werd een ingang gemaakt zodat wij een hoge rolsteiger naar binnen konden brengen om bij de gewelven te komen.
Met vereende krachten hebben we de zaak in orde gekregen en op zondag 29 juli 1973 vierden wij in “onze” kapel de eerste liturgie.
De iconostase was dezelfde als in de Cellebroederskapel, maar nu kon hij blijven staan en wij konden de ruimte naar eigen believen inrichten. Dat was een verademing.
Als gevolg van een herstructurering van het Oosters Werk van de paters kapucijnen ontstond de Landelijke Instelling Pokrof, een overkoepelend organisatorisch orgaan voor alle Pokrof-gemeenschappen in Nederland.
Langzaam kwamen er donkere wolken boven de kapel aan de Kesselskade. De St. Vincentiusvereniging, eigenaar van de kapel, ging het gebouw verkopen. Het gevolg was dat wij een andere locatie moesten zoeken. Op 16 juni 2002 vierden wij de laatste liturgie in de kapel aan de Kesselskade, waarheen in de loop der jaren zovelen de weg hadden gevonden. Liefdevol werden wij opgevangen door de Priesters van het Heilig Hart van Jezus in Huize St. Gerlach in Cadier en Keer. De iconostase konden wij hier niet opbouwen, wel opslaan. Voor elke liturgie plaatsten wij enkele iconen om het idee van een iconostase te hebben. Ook hier zou ons verblijf maar tijdelijk kunnen zijn omdat het klooster binnen een aantal jaren gesloten zou worden. Van 15 september 2002 tot en met 17 oktober 2004 kwam de gemeenschap hier bij elkaar om de liturgie te vieren. In die tijd moesten wij blijven zoeken. Dit zoeken resulteerde uiteindelijk in de plek waar wij sinds 14 november 2004 onze diensten vieren: de kapel van Zorgcentrum Vivre in Amby. De iconostase staat hier weer in volle glorie of zoals Jos Opdebeeck het uitdrukte: “In de kapel aan de Kesselskade stond de iconostase mono, maar hier staat hij in stereo!” Moge het een duurzaam verblijf zijn! Vervolg: Nederlandse & Byzantijnse vieringen
|